Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hand te vallen. Zalig wie dat mag doen; er is een volkomene behoudenis aan verbonden, rechtvaardigmaking, heiligmaking en heerlijkmaking. Zoo haast u dan, om uws levens wil.

Een woord van bestiering. De mannen uit Noach's dagen, wie weet, zij hebben aan de ark zelf helpen bouwen.

Alleen maar zij bekenden het niet, zegt de Heere, totdat de zondvloed kwam en hen allen verdierf.

Zoo stel u dan niet gerust met een uiterlijk mededoen; met een helpen bouwen aan de ark in den vorm van allerlei Christelijken arbeid, maar zonder die zaligmakende „bekentenis", waarbij men persoonlijk God als Rechter leert ontmoeten, om in het licht Zijner heiligheid onze onheiligheid te zien, en zóó te geraken tot een omkomen aan onszelf, om een voorwerp van verheerlijking der vrije genade Gods te kunnen zijn. Het kwam bij die dwazen niet tot een breken met de zonde; zij hielpen mogelijk de ark bouwen, maar gingen er niet in. Het moet komen tot een ondubbelzinnig breken met de zonde, ook met de z. g. n. lievelingszonden, die gij als adders koestert aan uw hart. Het moet voorts komen tot de daad des geloofs: het zich laten zinken in vertrouwend kennen, in kennend vertrouwen op de volkomene gerechtigheid van den Heere Jezus Christus. Maar dit is dan ook kenmerk en bewijs van het aandeel aan Hem. Reis niet af op een onzeker misschien, maar ook niet gerustheid zoekende in kenmerken zonder meer. Het eenig juiste en althans waarlijk vrede en gerustheid gevende kenmerk des geloofs is de daad zelve van het gelooven. Wie zich ellendig en arm, vol zielsvertrouwen in Jezus' armen laat zinken, het „ik geloof, Heere, kom mijne ongeloovigheid te hulp" op de lippen, die zal in zulk een daad des geloovens ervaren, dat hij aangenomen wordt, en gekroond met goedertierenheid. Vele aanvankelijk toegebrachten missen het volle licht nog, onder meer omdat zij meenen dat de beloften Gods wel dierbaar en genoegzaam zijn, maar derzelver vervulling nog iets afzonderlijks is, waarvoor zij zelf min of meer moeten zorgen of instaan. Dat is fout, en houdt ons van den vollen vrede af. Tot de belofte Gods behoort juist, als belofte des Verbonds, dat de Heere ook voor de vervulling instaat; en het wezen des waren geloofs komt ook hieraan uit, dat het die beloften omhelst in vast vertrouwen dat de Heere ze vervullen zal en Hij zelf instaat voor Zijn zaak. Met

i

Sluiten