Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren is, dat er somwijlen uiterlijke vrede heerscht, — en ofschoon allen, die vrede bij God gevonden hebben, ook vreedzaam d. i. vredemakers zijn, — zoo is er toch naar het uitwendige geen vrede op aarde te verwachten, en allerminst voor de ware geloovigen. Licht en duisternis, leven en dood, Christus en de duivel zullen wel steeds tegen elkander in oorlog liggen, en de geloovige kinderen Gods zullen, zoolang de wereld bestaat, het moeten ondervinden, dat de wereld een'gloeienden haat hun toedraagt; en al wie godzaliglijk willen leven in Christus Jesus, die zullen er op gewapend moeten zijn, dat zij dagelijks den smaad en het kruis van Christus zullen te dragen hebben, — en als er ooit een duizendjarig vrederijk, naar den letterlijken zin, zou komen, dan zou dit het Woord des geloofs overtollig maken, en de Bijbel zou ophouden het Boek der vertroosting aller rechtvaardigen te zijn. —

Daarom is hier een geestelijke vrede bedoeld, die uitgaat van het Kind in de kribbe;; een vrede tusschen God en de conciëntie, gepaard met eenen vrede onder elkander, van alle degenen, die vrede bij God hebben gevonden, waarvan de Profeet Jesaia heeft geprofeteerd in het 11de Hoofdstuk. Want het'Woord des geloofs heeft deze uitwerking.dat het eenen mensch leert, hoe hij zijn hart stillen kan, of, hoe God Zelf het stilt voor Zijnen Rechterstoel, en dat Hij het is, Die de meest verschillende gezindheden tot die ééne gezindheid brengt, welke in Christus is. —

Deze geestelijke vrede is echter niet in den hemel alleen, al is het ook, dat de Schepper en Onderhouder van dien vrede in den hemel is; deze geestelijke vrede is op aarde, dewijl die in harten van menschen woont, die zich hier op aarde bevinden, en die aan het Woord van genade gelooven. De engelen hebben het echter aanschouwd, dat het Kind in de kribbe de gerechtigheid is van verdoemenswaardige zondaren; dat dit Kind eene eeuwig geldende

Sluiten