Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de eeuwige genoegdoening, welke Christus heeft aangebracht, — het eeuwig geldend rantsoen, dat Hij betaald heeft, — en waar dit op den bodem der zielen ligt, daar blijven God en Christus het houvast der zielen, dat zij niet omkomen in al de twijfelmoedigheid en vrees, in de duisternis en in den nood, onder allerlei kruis, verdrukking en lijden.

Gijlieden nu, die zoodanigen vrede niet kent, die vrede hebt, zonder dat uwe oogen op den Heere zijn, die vrede hebt zonder Woord Gods; gij, die uwen vrede niet daarin zoekt, dat gij den Heere Jesus hebt aangedaan met Zijne gerechtigheid en heiligheid, om door Hem tot God te gaan; gij, die het worstelen des geloofs niet kent, die er nog niet in waarheid op uit waart, om uwe gewetens van de doode werken gereinigd te hebben, — ontwaakt toch eens uit uwen slaap, of gij tot de gerechtigheid, welke voor God gerechtigheid is, mocht toegelaten worden. „Zie, Ik sta aan de deur", roept de Heere, „en Ik klop".

En gij, die den vrede des Heeren aan uwe zielen gesmaakt hebt, maar het is nu alles bij u duister en dor, het land ligt woest en braak, — gij, die worstelt onder zonden, in angst en nood, die uw bed in den nacht doet zwemmen van tranen, — waarom houdt gij nog langer vast aan uzelven, aan de zonden, aan uw vorig bestaan, aan uwe gerechtigheid: gij hebt vrijheid om te gelooven, — veroorzaakt uzelven niet langer smarten, — hier in de kribbe ligt uw Vredevorst, op Hem gezien, aan Hem u gehouden, zoo is het den Vader welaangenaam, — en Hij wil u aannemen tot zonen en dochteren.

Of ook al de elementen in oproer geraken, — in de kribbe te Bethlehem ligt voor Gods volk zulk een vrede, dat het onder de regeering van den Heere Jesus wel rustig zal blijven zitten onder zijnen wijnstok en vijgeboom.

AMEN.

Sluiten