Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder den hemel. De Profeten, de Apostelen kunnen ons niet zalig maken, Luther niet, Calvijn niet, — ik kan u niet zalig maken.

Amen, zoo zult gij zeggen; want alzóó staat er geschreven: „Niemand van hen zal zijnen broeder immermeer kunnen verlossen; hij zal Gode zijn rantsoen niet kunnen geven, want de verlossing hunner ziel is te kostelijk en zal in eeuwigheid ophouden". (Ps. 49.) En wederom: „Wat zal een mensch geven tot lossing zijner ziel"? (Matth. 16:2; Mare. 8:37.)

Evenwel daarom gelooft gij het allen nog niet zoo geheel zeker, dat niemand zichzelven verlossen, niemand God verzoenen kan, en dat niemand iets daaraan kan toebrengen. Gij moogt dit allen met het verstand voor waarheid houden, maar daarom houdt gij nog niet allen met het hart voor waarheid: dat Christus Jesus alleen verlossen kan, het ook alleen wil, en dat Hij het ook gedaan heeft; ja, dat het eene gebeurde zaak is, waarvan gij het getuigenis in het woord hebt.

Hoofd, vet en ingewanden staan den mensch in den weg, om dit ten allen tijde voor zoo geheel waar en zeker te houden. Met het hoofd, het verstand, wil hij de Wet begrijpen en werken aanbrengen en zich niet geheel en alleen, als het ware zonder hoofd, op de genade van Christus laten drijven. Ingewanden, d.w.z. een hart, zou hij toch ook gaarne wenschen te hebben, ten minste eenige wederliefde, en hij wil niet alleenlijk, zooals hij is, geborgen zijn in de liefde Gods, welke is in Christus Jesus. Het vet kan hij het allerminst laten varen; hij wil ook uit zichzelven vol des Geestes zijn, en kan er zich niet meê vergenoegen, dat de Geest van Christus gestadig, waar het noodig is, zijn.ledig vat zal gevuld hebben. Dit hebben wij nu van onszelven te erkennen en te belijden, Mijne Geliefden, — dan zullen

Sluiten