Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arme zondaar en een God, alleen rijk in genade" gepredikt wordt; de miskenning der prediking, waar alleen Christus als Zaligmaker van zondaren tot grondslag gelegd wordt; — ja ook, dat men zulk eene prediking niet op zichzelven toepast, dat men het Woord niet wil laten gelden, dat toch alleen levend maakt, ook a 1leen heiligt en reinigt, — ziet, dit alles toont genoegzaam, hoe zwaar het valt, om tot ware zelfkennis te geraken. Men legt wel is waar de zonden op de eene schaal, vele en groote zonden, — evenwel ééne zonde en nóg eene zonde houdt men voor zichzelven terug, die wil men zelf uit den weg ruimen, — en op de andere schaal legt men zijne vroomheid, zijne werken, legt men den nieuwen mensch, en zoekt alzoo het evenwicht te bewerkstelligen. Aan Christus wordt er dan ook wel de dank voor toegebracht, maar men wil Hem niet geheel en alleen datgene laten zijn, wat Hij is. Daarom wil men zelf ook niet datgene zijn, wat men toch zeer goed weten kon, dat men is, indien men het slechts wilde weten.

De Almachtige verleene ons de genade door de prediking van Zijn Woord en de openbaring Zijns Geestes, dat wij leeren en van harte belijden, dat en hoe wij zondaren zijn. Daartoe mogen heden de Apostolische woorden dienen, tot welker volledige behandeling mij heden voor acht dagen de tijd ontbrak.

Tekst: 1 T1MOTHEÜS 1 : 15b.

„Van welke ik de voornaamste ben".

I.

Gij verneemt het, Mijne Geliefden! de Apostel Paulus be-

Sluiten