Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een vroom man geëerd zijn en zijne vroomheid erkend zien? Wie om zijne ongerechtigheid bestraft is geworden en nochtans zijne gerechtigheid handhaaft, die moge de hand in den eigen' boezem steken. En dan: „een zondaar", — welke beteekenis geeft men aan dit woord, indien men dat ook al aangaande zichzelven erkent? dat men zijne hartstochten botviert, dat men de onkuischheid, de dronkenschap, de dieverij, de toornigheid, de oneerlijkheid of onrechtvaardigheid is gevolgd of nog volgt op hare paden? Nu, het is wel om het eve.i, van welke wegen God Zich in Zijne rechtvaardigheid bedient, opdat het den mensch in volle klaarheid voor de oogen sta, dat hij niet is, wat hij van zichzelven waant te zijn. Maar waarom blijft men toch zoo gedurig bij de tweede tafel der Wet staan en blijft onderwijl voortgaan met overtreden, en laat de eigenliefde heerschen, welke geenen God vreest, welke den naaste, waar die in den weg staat, onder den voet treedt of in den rug stoot, zoo men anders geene ruimte heeft, en noch op wet of welvoegelijkheid, noch op den Naam Gods acht geeft, alleen maar om te bereiken hetgeen de oogenblikkelijke begeerte of hartstocht ingeeft? Komt dat niet daaruit voort, dat de mensch voor en na vergeet, wie hij toch eigenlijk is? vergeet, welke zonden en schulden hem vergeven zijn? Komt het niet daarvandaan, dat hij in zijn hart zichzelven voor gereinigd en geheiligd houdt in zichzelven in plaats van in Christus Jesus; komt het niet daaruit voort, dat men de zonde wel is waar voor verdoemelijk, maar zichzelven voor goed houdt? Intusschen — als wij zoet water moeten hebben, wat behooren wij dan te verwerpen? het bittere water of wel de bron, waaruit zulk bitter water voortwelt? Indien de bron, — moeten wij dan niet uit dat, wat uit ons opwelt, ook leeren onszelven eens voor altijd verworpen

Sluiten