Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijnen lust en hartstocht kan botvieren. Dit komt daaruit voort, dat men geen arm zondaar is, dat men het niet geworden is en het daarom ook niet blijft, en desniettegenstaande zich vleit met het Evangelie, met de genade, met de toekomstige zaligheid.

Mijn waarde! leer het toch van den Apostel.dat hij van alle goede werken vol was, toen hij van zichzelven beleed, wat gij van hem vernomen hebt. Begin er toch mede, uzelven weg te werpen met al uwe beweringen en aanmatigingen, met uwe vroomheid en verwachting der zaligheid; leer uzelven weg te werpen met al uwe hartstochten, uzelven aan te klagen en te veroordeelen voor God, — daarom, dat g'j (gij bewijst het immers met uwe daden!) het Woord, de Wet en het Gebod, om niet te zeggen: het Evangelie,' volstrekt niet e e r t. En als gij dan den strijd tegen uwen hartstocht aanvaardt, dewijl waarlijk het u te doen is om overeenkomstig Gods gebod te zijn, zoo zult gij ook ■n oprechtheid bekennen: „Onder de zondaren ben ik de voornaamste". Dat maakt gewillig, teeder en liefdevol jegens uwen naaste, in de eerste plaats jegens hen, die God met u verbonden heeft.

O, gij allen, die mij heden hoort, hebt gij den strijd aangebonden met uwe begeerlijkheden en hartstochten, is Gods Wet en Gebod bij u dierbaarder dan uw eigen wil, dan zult gij het ook wel verstaan hebben, dat wij de Wet niet nevens het Evangelie aan de hand mogen houden. Christus Jesus is in de wereld gekomen om de zondaren zalig gemaakt te hebben. Zoo zal het dan in uwe harten waarheid zijn door Heiligen Geest: „Onder de zondaren ben ik de voornaamste; daarom kan ik mij niet bij de Wet ophouden, ook niet naar werken vragen, hoe gaarne ik dat ook wilde; daarom — ik houd mij aan U alleen, aan U, mijn God en Heere en getrouwe Heiland! ik geloof in U ten

Sluiten