Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is eene schoone gedachte, die wij dezer dagen lazen : Het is, als Christenen, onze roeping, het behoud te zoeken van Israël, om de geestelijke verwantschap met dit volk des Verbonds, en het behoud der volkeren, omdat zij ons in den bloede verwant zijn.

Maar dan voegen wij er bij, dat het in dubbelen zin onze roeping is om in ons eigen vaderland het geestelijk heil te zoeken voor hen, die niet alleen één volk met ons uitmaken en daarom nauwer dan anderen, aan ons verbonden zijn, maar óók, bovendien recht van wedervergelding op ons kunnen doen gelden.

En op onzen vaderlandschen bodem zijn dat wel allermeest de Zuidelijke Provinciën : Brabant en Limburg.

Een kort overzicht van de geschiedenis der Geref. Kerk in NoordBrabant en Limburg, van de reformatie tot onzen tijd zal ons dit recht en deze roeping duidelijk genoeg aantoonen.

Wij stellen ons daarbij ten doel : een kort overzicht te geven van den godsdienstigen toestand zooveel de reformatie betreft, vóór en na het tijdperk, dat in Nederland de Gereformeerde Kerken tot vestiging kwamen.

Het kan als vaststaande worden aangenomen, dat het tijdperk der vestiging benoorden de Maas en Oosterschelde, „de zeven provinciën , voltooid was vóór de 17e eeuw begon.

Velen rekenen zelfs, dat in 1583 de Gereformeerde Kerken hun vorm en karakter reeds kregen. Maar om niet bekrompen te rekenen stellen wij dus den tijd der reformatie van het jaar 1521 tot 1600. Wat daarna geschiedde kunnen nauwelijks pogingen tot nieuwe reformatie heeten.

Bij het naspeuren van den gang der reformatie voor 1600 in de landen bezuiden de Maas — de Generaliteitslanden — doen twee perioden zich duidelijk aan ons oog voor. Het scheidsjaar dezer perioden, tegelijk het keerpunt in den gang der zaken, ligt bij het jaar 1568, het beginjaar van den 80-jarigen worstelstrijd om de godsdienstige en politieke vrijheid.

De eerste periode in 1521 — 1568 doet ons de opkomst en voor-

Sluiten