Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het jaar 1544 nog een 15tal kunnen aanwijzen, die ter dood gebracht werden, omdat ze niet meer de Roomsche leer beleden of de Mis niet hoorden.

Van deze worden sommigen, in 1538 terechtgesteld, herdoopten genoemd. In 1544 heet een slachtoffer der geloofsvervolging „David Joriste" (dat wil zeggen: behoorend tot de wederdoopers van het Munstersche soort), 't Komt ons voor, dat 't laatste geval een naamsverwarring kan zijn.

Immers nog lang wordt deze naam gegeven aan de stille en lijdelijke Mennisten van die dagen.

Uit het bovengemelde blijkt, dat te 's Hertogenbosch de leer der hervorming reeds vroeg bekend was en beleden werd.

Ook in andere steden van de zuidelijke Nederlanden was dit het geval.

Antwerpen behoorde destijds meer tot het Noordelijk Brabant, althans wat afstand, taalverwantschap, invloed en godsdienstige sympathieën betrof.

Daar predikte buiten de stad in 1524 een pastoor „Mels" tegen het Pausdom en had een grooten aanhang. „Op zekeren tijd hemzelven „en andere Priesters beschuldigende, zeide hij: Wij zijn erger als Judas; „hij verkocht en leverde den Heere; wij verkoopen Hem U en leveren „Hem niet. (Dit zag op de Missen.) Hierom weerd 50 gulden op zijn „lijf gezet, voor wie hem kon overleveren. (')

Aan het martelaarschap der Antwerpsche monnikken Voes en van Essen behoeven wij U niet te herinneren. Ieder weet dat zij de eersten geweest zijn, die om hun geloof den brandstapel moesten beklimmen.

Minder bekend is, dat in de stad Limburg de eerste martelaren reeds in 1531 omgebracht zijn. Daar is door de Inquisitie een geheele familie, vader, moeder, twee dochters en twee schoonzoons om hun Hervormde belijdenis op den brandstapel gedood. (2)

Te Helmond werden in Dec. 1567 een boekverkooper, die daar prediken wilde en een burger van Helmond, die hem assistentie verleende, gevangen genomen door den Drossaert van Brabant uit Helmond gehaald en later bij Postel aan een boom opgehangen. (3)

l) G. Brandt Histor. der Reform. I bl. 91.

l) Ypey en Dermout. Gesch. der Ned. Herv. Kerk I bl. 115.

3) Meindersma. Ref. Bew. t.a.p. bl. 389 (noot).

Sluiten