Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij eene afkondiging tegen de ketters en oproerigen voor de Baronye van Breda door Prins Willem 1 gegeven in 1567, worden genoemd als gebannen en bedreigd met den vuurdood o.a. de Predicante en Ministers. (')

Attestatiën Zelfs kennen wij nog een kerkelijke attestatie,

die in 1567 gevonden is bij Peter Petersz van Keulen, een burger en goudsmid te Breda, toen hij om den Godsdienst gevangen genomen werd. Deze luidt letterlijk: „Wij dienaren der Gemeynte „tot Breda, betuighen bij desen van Peter Peterssen van Keulen, onsen „medebroeder end een met ons in den dienst des ouderlinx onser „voorsz. Gemeijnte, dat hij is gave in der leere en geloove en de stichtig „in sijne wandelinge; in kennissen der waerheijt hebben wij dese onder„teykent den xiij April anno 1 567. Robert Janssen, Pieter van den Baarle, , Jan Anthonius Wiltens, Gons Andriessen, Hubrecht van Baarle, Fransiscus „Adriani".

Ook wordt het volgende nog medegedeeld: „In de eerste ondervraging op den vijfden der gemelde maand (zomermaand 67) gedaan, „zegt hij in den dienst der Kercke, behalve voornoemde Personen nog „gekent te hebben, Hendrik van den Corput, Mr. Frans van Etten en „Feiten diaken." (2)

(De groote steen gelegen bij de brug van het Kasteel wees de plaats aan van den paal, waaraan deze Peter en zijne dienstmaagd Betteken op den 29 Mei levend verbrand zijn.)

Ofschoon men nog in het geheim vergaderde, waren het dus geen ongeordende gezelschappen, maar geordende Kerken, die men in 't midden der 16e eeuw in Brabant aantrof.

Weldra zouden zij op menige plaats meer vrijmoedig geworden zich in 't publiek vertoonen.

„ Na de hagepreeken te Oudenaerde in 1566

. volgden Antwerpen, Breda, den Bosch en tal

van andere plaatsen met duizenden toehoorders.

Helaas, dat de Beeldbrekerij (vaak Beeldenstorm genoemd), die een woeste uitspatting was bij het geringere volk, doch meerendeels niet door de Gereformeerden gepleegd, (3) — de zaak der reformatie in een kwaad daglicht kwam stellen bij de regeering !

]) Van Goor t.a.pl. bl. 141.

2) van Goor t.a. pl. bl. 74.

3) Groen Van Prinsterer, Gesch. des Vaderl. 125 (noot).

Sluiten