Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van West tot Oost ging die „storm". Tot Venlo, Roermond en Maastricht toe. (') Binnen 14 dagen waren meer dan 400 Kerken in Brabant en Vlaanderen opengebroken, inwendig van hun beeldenschat en sieraden beroofd en uitwendig veel geschonden. Dit kon uiteraard niet gebeuren op plaatsen, waar de Roomsche Kerk nog onbestreden in haar kracht stond.

Aanvankelijk scheen het, dat beide gebeurtenissen, namelijk de openbare prediking en de beeldbrekerij, een gunstige toekomst voor de vervolge Hervormden openen zouden. De Landvoogdes was geheel onder den indruk.

Te Antwerpen, 's Bosch en elders werden aan de Gereformeerden Kerkgebouwen ten gebruike toegestaan. Het bewijst alweer, dat „die van de nije Leere" niet weinigen in getal waren. In Breda echter werd geen Kerk afgestaan. Niet het gering aantal Gereformeerden en ook niet de later volgende verbeurdverklaring van 's Prinsen bezittingen was hiervan de oorzaak. Maar de Prins weigerde het verzoek in te willigen, verontwaardigd als hij was over het verwoestingswerk. (2)

De snelle groei en breede omvang der reformatie had zulk een indruk op de Landvoogdes gemaakt, dat zij op het ingeleverd „verzoek van de verbonden Edelen" moderatie, matiging beloofde.

Vatten wij nu alles te zamen, dan blijkt, dat Resumé. Brabant wat de reformate betreft bij Holland

en de andere noordelijke gewesten niet achterstond, maar deze verre vooruit was, eer 1568 aanbrak.

Vergelijkt gij met hetgeen wij hierboven noemden den toestand der reformatie in de noordelijker gelegen provinciën, waar de invloed der plakkaten minder krachtig was dan in Brabant, dan stemt gij gereedelijk onze gevolgtrekking toe.

Terwijl in Brabant reeds geordende gemeenten Vergelijking. bestonden, waren b.v. in Dordrecht vóór 1571 nog maar weinige hervormden. Onder de (latere) klassis Delft stond

') Van Maasdijk oorz. v. d. onderg. der Herü. in België pag. 50 (Ulr. 65.)

J) Van Goor t.a.pl. 66-68.

Sluiten