Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het eenige, dat zijn vijanden konden bereiken, was zijn oproeping om voor 't Hoofd der Orde te Leuven te verschijnen. Sedert is hij niet teruggekeerd.

Maar dit zette bij velen in den Bosch een onverholen wrok.

De gereformeerde gezindheid trad te s Hertogenbosch nog vóór de beedbrekerij krachtiger op. Onder de prediking van den reeds genoemden Corn. Walraeven of van Diest vergaderde in de open lucht onder het gehucht Engelen een schare van omstreeks 4000 personen. Onder de hoorders waren er velen uit Gorcum, Bommel en Heusden. Maar het leeuwenaandeel was zeker uit s Hertogenbosch.

Sedert 21 Juli 1566 ging de prediking geregeld tweemaal voort, zoowel op Zondag als op Heiligendag.

De stadsregeering was niet eenstemming over het tegengaan der prediking, want er waren ook onder de aanzienlijke burgers velen de gereformeerde leer genegen. Dit maakte „de geuzen vrijmoediger.

Den 2en Zondag in Augustus preekt Walraeven te Deuteren, dus dichter bij de stad. Reeds Woensdag daarna, op 14 Aug., wordt aan de regeering het verzoek gedaan om eenige plaatsen binnen de stad voor de prediking af te staan. Dit durft de regeering niet in te willigen. Acht dagen later heeft de beeldbrekerij plaats. En — opmerkelijk! — van 22 Aug. tot 1 1 Sept. wordt openlijk wel hervormde Godsdienst in enkele kerken gehouden, maar geen enkele Roomsche dienst gedaan. Door de Hervormden werden vier van de kerkgebouwen, maar niet de groote St. Jan. gebruikt.

Op vier plaatsen te preeken was daardoor mogelijk, dat reeds vóór de beeldbraak, naast Corn Walraeven, nog als predikanten gekomen waren Stuiffart, die ook een tijdlang in Eindhoven predikte, Jacobus van Culemborg, Godefridus van Woensel (voorheen pastoor van Orthen bij 's Bosch) en Johannes met den bijnaam „het Rattevangerken" of „Ushondeken".

De gemeentelijke zaken der Gereformeerden werden reeds vóór deze gebeurtenissen door een kerkeraad („consistorie") geregeld en geleid.

De Landsregeering gaf dadelijk een streng plakkaat. Toen dit geen uitwerking deed, zond de Landvoogdes een paar Raadsheeren naar 's Hertogenbosch om te onderzoeken, hoe sterk elke partij was en wat elk van deze begeerde, 't Is niet uit te maken, of het stille inquisiteurs waren. Maar in den Bosch beschouwde men ze minstens voor wegbereiders der Inquisitie.

Sluiten