Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar één inwoner meer, die de Gereformeerde leer had behouden, „Aert Janszen de Kennis, schrijver aen den boom, die niet afgevallen „en was of de knye voor de Baal niet hadde geboghen. ( )

Zoo ging dan bijna al het werk der reformatie,

Contrast. jn grabant en Limburg zoo heerlijk was

ontloken en bloeide, door de verwoestende macht van Spanje en de vervolgingen te onder, vóór nog het jaar 1600 was aangebroken.

Daarentegen namen sedert 1571 de kerken van Holland in snellen bloei toe en waren in 1600 reeds krachtig gevestigd. (')

Het groeitijdperk daar hield gelijken tred met het verwoestingstijdperk bezuiden de Maas.

Ja, droeviger nog!, de nabuurschap van Brabant heeft, sedert 1579, in de aangrenzende plaatsen, zoowel van Gelderland, als van die tot Holland werden gerekend, de openlijke doorwerking der reformatie lang tegengehouden. De dorpen aan de Langstraat en die in t Land van Heusden en Altena, allen tot Holland behoorende, stonden immers bloot aan gestadige invallen en verderfelijke invloeden van uit de Meijerij van

's Hertogenbosch. (J)

Daarbij kwam dat Brabant noch Limburg onder de Nederlandsche provinciën werden opgenomen, maar als een soort van wingewesten zonder zelfbestuur werden beschouwd en behandeld. De Generale Staten wilden zich het beheer en de regeering van de landen en steden, die meerendeels onder de Prinsen van Oranje behoorden toegekend hebben; Spanje wilde daar tenminste zijn opperhoogheid blijven handhaven.

Zoo was dus Brabant de twistappel geworden. Daarom werd het voortdurend verontrust door beide legers, en verarmde het tot op den bodem, die ook buiten oorlogstoestand geen rijke inkomsten aan zijne bewerkers gaf, want de andere bron van welvaart, handel en nijverheid, werd gestopt, daar hare beoefenaars naar andere streken werden verdreven.

En wie kon er als Gereformeerde nog blijven, waar de Spaansche legerscharen dikwerf zelfs hunne winterkwartieren opsloegen? Waar toch

') Dr. W. Meindersma. De Gereformeerde Gemeente te s Herto genbosch 1629 —1635 bl. 4 en 13.

2) Ypey en Dermont t.a.pl. I bl. 257.

3) Ypey en Dermont II 118, 135.

Sluiten