Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleinste deel, maar meest te danken aan de vluchtelingen uit het beklagenswaardige Brabant.

Hebt gij wel eens opgemerkt, hoeveel geslachtsnamen van bewoners onzer Noordelijke Provinciën en van Holland en Zeeland wijzen op afkomst van grootere en kleinere dorpen en gehuchten in Brabant?

Hoeveel mannen, vol ijver des geloofs van de oudste en aanzienlijkste geslachten, maar ook kundige mannen van „trafiek en fabriek" dankt Noord-Nederland aan de vervolgingen van Brabant en Limburg (')?

De voormannen op de eerste Synode te Wezel en op de latere Synoden tot 1600 waren grootendeels predikanten uit Brabant.

Onder de kundigsten der geleerdsten die tot het professoraat geroepen werden aan de pas opgerichte Universiteit te Leiden, zoekt gij niet te vergeefs ook dienaren des Woords uit het verdrukte Brabant en Limburg.

En voor het schip van Staat der Noord-Nederlanden is Brabant geweest de kurkzak. Immers ten behoeve en ten beste van die landen heeft het in den 80-jarigen oorlog het meest moeten verduren.

Door zijn ligging werd het gedurig door den vijand bezet; maar hield den vijand ook meestal binnen zijn grenzen tegen, omdat deze in de Maasrivier altijd een geduchte hinderpaal voor een spoedig veilig en zegevierend binnentrekken in Holland vond. „Brabant en Limburg hebben geleden ter wille van Nederland.

„Holland" heeft op allerlei gebied zooveel voordeelen uit Brabant genoten.

De bekende en beste kenner onzer geschiedenis Dr. Fruin, ofschoon zelf geen Calvinist, wijst met veel ernst op dat feit. Hij wijst er op, dat de Kerkelijke beweging in Holland aanvankelijk niet uit t Zuiden maar uit 't Oosten was gekomen. Het „lutherde daar! Dit was het natuurlijk gevolg der handelsbetrekkingen, die de brug waren voor de hervormingsbeweging.

Men was daar niet aanstonds beslist gezind om geheel met Rome te breken. De beweging droeg daar geen confessioneele kleur en de luthersche hervorming, die veel van de Roomsche kerk overhield, was er meer de vorm der kerkhervorming. Er waren wel enkele andere

*) Ypey en Dermont t.a.p. I 261 — 263.

Sluiten