Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op staatkundig gebied meestal politicophoben zijn, d.w.z. bang zijn van alle politiek, terwijl de laatsgenoemden meestal ijverige politici zijn, doch dan de separatistische beginselen ook op het gebied der politiek voorstaan.

Hoevele duizenden van deze separatistisch-gezinden, zoowel links als rechts, die dus öf niets voor de Kerk als Kerk gevoelen öf half doleerend zijn, bevat niet onze Ned. Herv. Kerk. Daarom is het zeer noodig daarmede te rekenen en kan niet genoeg de bedenkelijke strekking van deze afscheidingsbeginselen zoowel naar rechts als naar links aangewezen worden. Daar echter de Gereformeerde separatisten het meest principieel hun stelsel ontwikkeld hebben, zullen wij thans vooral hunne beginselen in het oog vatten.

Allereerst dan wijzen wij op de bedenkelijke strekking van de afscheidingsbeginselen voor de Kerk.

Immers, heel het oude, Gereformeerde kerkbegrip, het begrip van Volkskerk of nationale Kerk dat bij alle hervormers op den voorgrond stond, (ook zonder dat men destijds nog dien term gebruikte, daar dit tegenover andere kerkbegrippen minder noodig was), wordt cr door ontwricht en het nieuwerwetsche begrip van Vrije kerk, dat het eerst is opgekomen bij de Independenten en later wijsgeerig door Schleiermacher en Vinet (en op hun voetspoor door Dr. Kuyper) is ontwikkeld, wordt ervoor in de plaats geschoven. Dit Vrije kerkbegrip nu is in den grond der zaak eene Remonstrantsche dwaling, stoeletide op een Independentistischen wortel.

Het berust op deze grondgedachte, dat niet wij door Christus tot Zijne Kerk worden vergaderd, maar dat wij onszelf door een soort vrijwillig contract (hier komt de Remonstrantsche „vrije wil" voor den dag) tot eene willekeurige kerk aaneensluiten :). Natuurlijk is in dit

i) Daarom spreekt b.v. Ed. Simons (Freikirche, Volkskirche, Landeskirche, Leipzig, 1895, S. 11) ook van „Freikirche" of „Freiwilligkeitskirche ' (vvrijwilligheidskerk"). Vg. hierover ook o.a. Dr. H. G. Kleijn, Algemeene Kerk en Plaatselijke Gemeente, 1888, bijlage II, kritiek van het kerkrechtelijke stelsel van Voetius.

Sluiten