Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheurd, maar ook van de van ouds bestaande Kerk in deze landen en die in 1834 en 1886 is gesticht.

De gevolgen dezer afscheidingsbeginselen nu zijn zeer treurig geweest en zouden nog veel treuriger geweest zijn, indien allen, die de Gereformeerde belijdenis huldigen, met die beginselen waren medegegaan.

Immers, men heeft zoodoende niet alleen theoretisch het Gereformeerde kerkbegrip ondermijnd, zooals we aanwezen, maar men heeft ook praktisch de Volkskerk en daarmede ons volk als volk prijsgegeven. Men heeft vele duizenden gedoopten in onze groote steden, die nog gedoopt waren en nog min of meer onder beslag lagen van het Christendom, geheel aan zichzelf overgelaten. Men trok zich terug in eigen kring, bewerkte dus met huisbezoek en catechisatie enz. alleen hen, die, betrekkelijker wijze gesproken, die zielszorg het minst noodig hadden, terwijl men juist hen, die haar het meest behoefden, geheel herderloos liet. Natuurlijk konden de orthodoxen, die in de Herv. Kerk waren achtergebleven, toen nog veel minder in al die geestelijke behoeften voorzien (terwijl ook intusschen de stoffelijke behoeften, laat ons dit er even bijvoegen, steeds grooter werden en steeds meer arbeidskrachten in beslag namen).

De gevolgen hiervan lieten zich dan ook niet lang wachten. Duizenden bij duizenden werden hoe langer hoe meer geheel van kerk en godsdienst vervreemd. Het socialisme en anarchisme vond dientengevolge in onze groote steden een maar al te vruchtbaren bodem en woekert met den dag nog steeds sneller voort.

Daarbij kwam nu nog de fatale doorwerking der afscheidingsbeginselen op politiek gebied. Het was niet genoeg, dat men zelf de Volkskerk had prijs gegeven. Men wilde aan de Kerk nu ook nog in de groote steden den steun van de overheid ontnemen, alles tengevolge van het separatistisch beginsel, dat nu eenmaal voorschreef, dat de Kerk, in tegenstelling met wat de hervormers altijd geleerd hadden, een zgn. „Vrije Kerk"

Sluiten