Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Edelachtbare Heeren, Burgemeester, Wethouders, Raden dezer stad;

Edelgrootachtbare Heeren, Curatoren dezer Hoogeschool;

Weledele en Zeergeleerde Heeren, Curatoren van de Kweekschool der Algemeene Doopsgezinde Sociëteit;

Hooggeleerde Heeren, Rector Magnificus en Hoogleeraren der Universiteit en van instellingen van kerkelijke gezindten;

Weledele Heeren en Dames Studenten;

Voorts Gij allen hier aanwezig, geëerde Hoorders!

Het hoogleeraarsambt, dat ik thans gereed sta officieel te aanvaarden, is tweevoudig Een groep van christelijke gemeenten heeft mij het hooger onderwijs toevertrouwd in de praktische godgeleerdheid, in de uitlegging van het Nieuwe Testament en in de geschiedenis der Doopsgezinden of, ruimer opgevat, in die der dissenters. En daarbij heeft deze Universiteit mij het onderricht opgedragen in de geschiedenis van het Christendom na Karei den Groote.

Ik behoef U zeker niet te zeggen, dat deze vakken alle mijne sympathie hebben. De praktische godgeleerdheid heb ik lief als man van de praktijk die gedurende vijftien jaar het gewichtig ambt van predikant heb mogen bekleeden; de uitlegging van het Nieuwe Testament als christelijk theoloog, en

Sluiten