Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handhaven van de rechtzinnigheid, waarbij de vroomheid en het zedelijk leven meermalen zoo jammerlijk in 't gedrang raakten. Men mag natuurlijk een kerk en hare leer niet beoordeelen naar de overdrijvingen, waaraan sommige van hare overijverige dienaars zich hebben schuldig gemaakt; maar wanneer bijv. Ds. Balthasar Lydius, Gereformeerd predikant te Dordrecht, een lofspraak op den vromen wandel van den verketterden Vorstius durft beantwoorden met den uitroep: „Siet broeders, hoe schadelijck de godsalicheyt is"; wanneer schout Hugo Muis van Holy verklaart: „De kerke lijdt van niemandt meer schade dan van luiden, die vroom van leven sijn, omdatse daerdoor bij de eenvoudigen insluipen en onder dat deksel hunne dwalingen verspreiden", — dan gevoelen wij dat het protest tegen een richting, die tot zulke eenzijdigheden en overdrijvingen kon vervallen, gerechtvaardigd was Dat de Remonstranten zijn opgekomen voor de waarheid, dat godsdienst in het leven moet worden betracht, is hunne eer. Zeker, zij hebben de scholastieke theologie prijs gegeven; — maar is dat een verlies? Wie geneigd is dit aan te nemen moge zich te binnen brengen, hoe dikwijls dogmatische bespiegeling voor de religie zelve is aangezien en hoe weinig een scherpe dialectiek met het godsdienstig gemoedsleven te maken heeft. De Remonstranten wilden geen vast omlijnd, naar alle zijden zoo consequent mogelijk ontwikkeld stelsel, zij wenschten alleen bij leerstellige geschillen die zienswijze te volgen, welke hun het meest scheen

Sluiten