Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo voortreffelijk werk heeft geleverd, als wij zeggen dat zijn arbeid thans dringend herziening en aanvulling noodig heeft. Niet alsof men, sinds zijn laatste deel in 1847 verscheen, heeft stilgezeten. Integendeel: velen hebben met talent en toewijding voortgearbeid. Ik moet de meesten hier stilzwijgend voorbijgaan; slechts een tweetal wil ik noemen. Vooreerst de kundige en fijne De Hoop Scheffer, door wiens diepgaande détailstudiën ons inzicht op zoo menig punt is verhelderd; en verder mijn leermeester Cramer, die het werk van zyn voorganger op zoo waardige wijze heeft voortgezet en die, onder meer, door zijn aandeel aan de uitgave der „ Bibliotheca Reformatoria Neerlandica" een werk heeft geleverd, dat vooral voor de toekomst vruchtbaar zal blijken.

Met dat al, er blijft op dit gebied nog veel te doen. Zal het thans mij gegeven worden, onze kennis van het godsdienstig leven der oude Doopsgezinden te vermeerderen? Ik ben tot mijn ambt geroepen op een leeftijd, die het niet te gewaagd maakt, groote plannen voor de toekomst te vormen. Zeker wil ik ook aan dit onderdeel der historische wetenschap mijne beste krachten wijden; moge het zyn met dit resultaat, dat myn arbeid voor de bijzondere geschiedenis der dissenters ook aan de algemeene van het Christendom ten goede komt!

Mij rest nog in de derde plaats te spreken over de breede groep van vromen die individualisten bij uitnemendheid waren en het meest beslist gebroken

Sluiten