Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van mannen als William Ames en Stephen Crisp tot een krachtige beweging, en soms, helaas, ook tot heel wat overspanning heeft geleid. Maar de „sporelooze inbeeldingen" zijn gelukkig na verloop van tijd bedwongen en een geest van stille vroomheid, die gericht was op het „inwendige licht" werd onder hen overheerschend. „Vrienden" — laat met deze woorden een Quaker zichzelven en zijne geestverwanten mogen teekenen — „daar leyt wat op mijn herte om tot u te spreken, namelijk dit, dat ik u zoude raden tot het licht u zeiven te begeven en dat alleen te volgen, dat de heiligen van outs gevolgt hebben. Door welk licht zij getuygenisse hebben verkregen, dat zij vrienden waren van God... Dan zullen wij niet langer behoeven te ondersoeken, op wat voor een wijze men zal konnen besluyten, dat hij er is; maar wij zullen God in ons zelfs hebben en gevoelen. Want hij is in yder van ons, maar gij maakt door uw eygen besigheden, dat gij hem zijne werkinge belet: daarom bid ik u, weest stille en luystert wat in u gesproken wort".

Zóó onafhankelijk stonden de Quakers tegenover den Bijbel, dat zij de blinde onderwerping aan zijn gezag „eene nabootsing des geloofs" noemden. En in volle verzekerdheid durfden zij verklaren: „De Geest, door welk de Schriftuur is uytgegeeven, openbaart ons dingen welken niet geschreeven zijn in de Schriftuur". Daarom was ieder goed Christen een prediker des Evangelies; van een vasten leeraarsstand wilden de Quakers niet weten. Hunne godsdienstoefeningen hadden geen ander doel dan om

Sluiten