Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derlijk bestaan. Over hunne inzichten en beginselen zal men wel altijd verschillend blijven oordeelen; maar niet hierover, dat zij in den ontwikkelingsgang van het godsdienstig leven een belangrijke plaats hebben ingenomen. Wie hen over het hoofd ziet kan de geschiedenis van het Christendom niet volgen. Zeker, — en hiermede kom ik terug op hetgeen ik in den aanvang mijner rede heb gezegd — het groote trekt in de eerste plaats onze aandacht; allermeest hebben wij ons bezig te houden met die kerken, welke eeuwen lang onder verschillende volkeren hare leer verbreid, haar gezag gevestigd hebben; — maar daarnaast verdient ook het kleine onze volle belangstelling. Op beide gezamenlijk het licht te doen vallen van onpartijdig onderzoek en bij de schildering van het grootsche geheel, dat dan voor onzen geest verrijst, steeds meer de waarheid nabij te komen: moge het mij gegeven worden zóó de geschiedenis van het Christendom aan deze Academie te onderwijzen!

Edelachtbare Heeren, Burgemeester, Wethouders en Raden dezer stad; Edelgrootachtbare Heeren, Curatoren der Amsterdamsche Universiteit! Voor het vertrouwen, dat Gij in mij hebt gesteld door mij tot dezen post te roepen, betuig ik U mijn oprechten dank. Een diep besef van verantwoordelijkheid vervult mij, nu ik in deze Aula, waar met welverdiende onderscheiding de groote naam van

Sluiten