Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De opvatting van den H. G. in het apostolisch tijdperk definieert Gunkel als volgt:

»De Geest is de bovennatuurlijke kracht, die God door middel van Christus den geloovigen gezonden heeft en die hen in staat stelt wonderen te doeti«. a) Gunkel voegt daar aan toe: J) »De Geest openbaart zich door op geheimzinnige wijze in te grijpen in het leven der menschen. Dit ingrijpen staat altijd op een of andere wijze in betrekking tot het leven der Christelijke Gemeente, echter berokkent den menschen in geen geval schade. Het wordt dikwijls te voorschijn geroepen door het met nadruk uitspreken van den naam God of Christus en betreft in alle gevallen slechts zoodanige menschen, die waardig zijn om met God in gemeenschap te treden«.

Ook Paulus was deze opvatting toegedaan, ook voor hem is het buitengewone, geheimzinnige, het krachtige een openbaring van Gods Geest. »Maar«, zegt Gunkel; 2) »het oordeel dat het volk velt over eenige bepaalde, buitengewone verschijnselen, velt Paulus over het geheele Christelijke leven. De Gemeente ziet in het buitengewone in het leven van den Christen Gods Geest, Paulus in het gewone, hij in het geheele leven van den Christen, zij in enkele gebeurtenissen van dat leven«.

Zoo ook zegt Völter: 3) »Het bewijs, dat hetgeen wat de geloovige in de geloofsgemeenschap met den g-ekruisten en opgestatien Christus beleeft, n.1. de rechtvaardiging en de zedelijke vernieuwing, geen schijn maar waarheid is, heeft de geloovige door den Geest, dien hij als een geestelijke kracht Gods ervaarts. En verder, pag. 125.

»De Geest, die zich openbaart als de kracht, die het nieuwe

') Gunkel, Die Wirkungen des H. G., pag. 43.

2) Gunkel, Die Wirkungen des H. G., pag. 75.

3) Völter, Paulus und seine Briefe, 1905, pag. 125.

Sluiten