Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in tongen spreekt sticht zichzelven, maar wie profeteert sticht de Gemeente (14J. Indien de glossolalist uitlegt hetgeen hij in tongen spreekt dan staat hij gelijk met hem die profeteert, want dan sticht ook hij de Gemeente (i45). Maai als de tongetaai niet uitgelegd wordt, is zij van weinig nut voor de Gemeente.

Zij wordt evenmin verstaan als de fluit of de citer, zoo zij aan de klanken geen onderscheid geven (147), zij is even onnut als een trompet, die een onduidelijken toon geeft (i48); men zal niet verstaan, wat er gesproken wordt indien door de tong geen duidelijke rede wordt voortgebracht (i49). De tongetaai is even onnut als een taal, die niet verstaan wordt (14,

Daarom, wie in tongetaai spreekt, die bidde ook, dat hij het moge uitleggen tot stichting der Gemeente (l412.ls). \\ ant, indien iemand dankt in den Geest dan kan een oningewijde geen »amen« zeggen op de dankzegging, omdat hij niet weet wat er gezegd wordt (i416). Paulus wil liever vijf woorden spreken met zijn verstand, opdat hij ook anderen onderwijze, dan duizend woorden in tongetaai. De glossolalie kan ongeloovigen niet bekeeren (1413-3S); daarom is het beter, dat de glossolalist in de Gemeente zwijgt als er geen uitlegger is (142s)- hij alleen is, kan hij in tongen spreken voor zichzelven en voor God (i428).

De uitdrukkingen, die in deze capita voor de glossolalie gebruikt worden, zijn: yevrj yluaaiov (i2]0.38); ui ylwooai (i432); ev yWtf.yWtf of yhoooMsluleiv(i2S0- i43 ii.6.w.u 19.33.27.39 ); yXmaoav s/ei (14ac) 5 ™qo<jev%s<jQai yXioooi] (14^); ttqooevxeoQcii, xpulltiv, Evloytiv en ev/a^ioteiv tm> nvsi^tazi (r415.lc); nrev^tait laleiv /iii oirjQia (14.,).

Hierbij merken we op, dat »in tongetaai spreken« ook genoemd wordt »in den Geest spreken» (c. f. I4J4 met I416). Dit volgt ook uit I41V waar Paulus zegt: »want indien ik in tongetaai bid, zoo bidt mijn Geest, maar mijn verstand is onvruchtbaar«.

Sluiten