Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit liet voorgaande kunnen wij de volgende kenmerken van de glossolalie in de Corinthische Gemeente afleiden.

De glossolalie is voor de meeste geloovigen onverstaanbaar (i42). Dit volgt ook uit de vergelijking van de glossolalie met muziekinstrumenten en met een taal, die aan den hoorder onbekend is en daardoor niet verstaan wordt.

Zij die in tongetaai spreken maken op oningewijden den indruk van razenden (i423). Hun verstand heeft geen deel aan hetgeen zij zeggen (i4u). Dat een bijeenkomst, waarin glossolalisten aan het woord waren, geen verheffenden indruk maakte volgt nog uit I42G: slaat het alles tot stichting geschieden«, uit I488: »want God is geen God van verwarring, maar van vrede«, en uit I4t0:»maar alles geschiede welvoegelijk en met orde«. Daarom geeft Paulus den raad, dat wanneer er tongetaai gesproken wordt, het door twee, hoogstens door drie geschiede en bij beurte, en dat een het uitlegge, maar is hij geen uitlegger, dat hij dan zwijge in de Gemeente (1427).

Uit dit alles blijkt wel dat de glossolalie vergezeld ging van een opgewonden geestdriftigen toestand van den glossolalist, een ecstatischen toestand, dien wij dikwijls in oude geschriften beschreven vinden en waarbij het verstand buiten werking treedt. l)

Omdat de glossolalie voor de meeste geloovigen onverstaanbaar was, was een andere gave noodig, n.1. de gave van de uitlegging (i210.30.i45.13.„6.S8). Hij, die deze gave bezat, kon hetgeen door den glossolalist werd gesproken in verstaanbare taal aan de Gemeente mededeelen. Sommige glossolalisten konden hetgeen zij in tongetaai spraken, zelf uitleggen.

Nog een ander charisma was van belang, n.1. de gave om geesten te onderscheiden. Hij, die deze gave bezat, kon bepalen

') Mosiman, Das Zungenreden, pag. 11.

Sluiten