Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of iemand, die in tongetaai sprak of profeteerde, gedreven werd door den Heiligen Geest of door een demon (i210).

Hieruit volgt tevens, dat zoowel Paulus als de Corinthiërs dachten, dat de bewerker van de tongetaai zoowel de H. G. als een demon kon zijn. De ongeloovigen beschouwden de glossolalie als het werk van een demon.

Vergelijken wij nu de kenmerken van de glossolalie in de Gemeente te Corinthe met kenmerken van dergelijke verschijnselen in den tegenwoordigen tijd, dan zullen wij eenigszins het wezen van de Corinthische glossolalie kunnen bepalen.

Voordat wij hiertoe overgaan bespreken wij eerst de andere plaatsen in het N. T., die over glossolalie handelen.

In caput 13 van den eersten brief aan de Corinthiërs vinden wij de uitdrukkingen: yhoaaceig tav uvQqwtkdv (13 ) en yXmanat, (i38).

Dat hiermede hetzelfde verschijnsel bedoeld is als in de capita 12 en 14 wordt beschreven, mogen wij hieruit wel afleiden, dat het geen zin zou hebben de liefde te vergelijken met het in staat zijn om alle mogelijke gewone talen der menschen te kunnen spreken.

Voor deze opvatting pleit ook, dat in denzelfden zin de liefde vergeleken wordt bij 't kunnen spreken van de talen dei engelen, waarvan in Openb. I42 indirect gezegd wordt, dat geen mensch dan de ingewijden ze kan verstaan. *)

Deze teksten (13X en I38) geven ons niets nieuws over de glossolalie. Zij stellen de hooge waarde in 't licht, die de schrijver aan de tongetaai toekent.

A C T A II.

In het tweede hoofdstuk van de Handelingen der Apostelen vinden wij ook de uitdrukkingen: yXuhioui, Xaleiv yhoaaatg,

!) J. Weiss, Meyer's Kom. z. N. T. 5, 1910, pag. 313.

Sluiten