Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beteekent yloiuaa taal, dan moeten wij vertalen : »want zij hoorden hen spreken in talen«. Dit heeft geen zin als glossa niet is een vaststaande uitdrukking voor een bepaalde taal. Wij verwachten er, indien glossa te vertalen is door taal, svtfjixis bij.

Vertalen wij glossa door tong, dan krijgen wij: »zij hoorden hen spreken in tongen*. Dit herinnert ons aan I Cor. 12 en 14 en XaXovvKtiv yXwoouig is dan de terminus technicus voor het daar beschreven verschijnsel. Iets nieuws over dat verschijnsel brengt ons deze tekst niet.

ACTA 19:6.

Wij lezen hier: »En toen Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen en zij spraken met tongen en profeteerden«.

Hier wederom dezelfde uitdrukking laltiv yhoaactig en wel genoemd in verband met 't profeteeren. Kr is geen reden om te meenen, dat met deze uitdrukking iets anders bedoeld is dan de Corinthische glossolalie.

Ook deze tekst geeft niets nieuws.

MARCUS 16 : 17.

Hier vinden wij de uitdrukking: yhuuoccLg lalrjaovaiv xairaig. Eenige handschriften laten xaivaig weg. Het is niet duidelijk of hier gedacht is aan vreemde, onbekende talen of aan nieuwe, wonderbare, nog nooit gehoorde uitingen. In het laatste geval zou ook deze plaats aan de Corinthische glossolalie herinneren. Zij is overigens van weinig belang, daar zij geen nieuwe gezichtspunten opent.

Uit het voorgaande blijkt, dat ons in 1 Cor. 12 en 14 een verschijnsel beschreven wordt, waarvoor de terminus technicus luidt yloaaatg Xaleuv met varianten, dat, hoewel deze term ook voorkomt in het Pinksterverhaal, dit niet in

Sluiten