Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Hij zal bloeien als de lelie" — waarop wijst ons die uitspraak M. H. in het verband van den tekst anders dan

II. Op I s r a ë 1 s h e e r 1 ij k h e i d.

Zijn Israël, dat is des Heeren Bruid, de gemeente des levenden Gods, wordt hier vergeleken bij een lelie.

De lelie is een aangename en heerlijke bloem. Men heeft er wel eens van gezegd : gelijk de nachtegaal onder de vogelen, zoo is de lelie onder de bloemen één der heerlijkste lofredenaressen van de glorie en heerlijkheid des Scheppers. Er zijn uitleggers, die hier het woord lelie liever vertalen door roos. We zullen over dit meeningsverschil niet twisten. De roos is de koning en de lelie de koningin der bloemen. Liefst houden we ons aan de gewone overzetting en denken dan daarbij allereerst en allermeest aan de rijkbloeiende witte lelie, gelijk deze veel in Palestina voorkomt, die volgens natuuronderzoekers een menigte bloemen heeft. De lelie ontplooit haar bloem kelkvormig op een zwakken stengel. Heeft de bloem eenmaal haar vollen wasdom bereikt, dan doet de warmte der zonnestralen haar kelk ontsluiten en is men in staat het gouden hart in die witte kelk te bewonderen als ééne van die vele schoonheden in Gods schepping ten toon gespreid.

De lelie was in het oosten ook bekend en beroemd om haar aangenamen geur en om den welriekenden balsem uit haar bloemen bereid.

Dat één en ander leidt ons nader in tot de geheimen van deze sierlijke beeldspraak, als de Heere van Zijn Israël getuigt: Hij zal bloeien als de lelie. Trouwens, oorzaken hebben gevolgen. De vervulling van Gods belofte : „Ik zal Israël zijn als de dauw" zal altijd in haar heerlijke, Godverheerlijkende vrucht zich openbaren. Bloeien als de lelie, dat doet Gods erfdeel, als het door Gods genade uitblinkt in Godzaligheid, in kennis en in de vreeze des Heeren. Dan is Sion groot en heerlijk, als het gelijk is aan een stad op een berg gebouwd

Sluiten