Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de lelie, hij zal zijne wortelen uitslaan als de Libanon."

Gaan we aanstonds vanhier, laat mij ieder hoofd voor hoofd nog mogen vragen : waar gaat ge heen ?

Gaat ieder naar zijn woning en naar de herberg, door vriendelijke welwillendheid bereid, vergeten we niet Gel. we gaan ook allen naar de eeuwigheid.

Maar dan, waar zullen we dan zijn?

Als ergens een notarieele acte of testament zal worden voorgelezen, waarin groote schatten zijn vermaakt, dan luistert ieder met bijzondere aandacht en belangstelling, of zijn naam daar ook in voorkomt.

Gods heilig Woord zegt nog zoo onbeschrijfelijk veel meer dan eene notarieele acte, het eischt daarom ook nog zooveel meer onze belangstelling.

Met en door den dood worden we aan elkanders waarnemingsvermogen onttrokken.

Achter dat groote voorhangsel, waardoor tijd en eeuwigheid van elkander gescheiden zijn, kan geen sterfelijk oog ons bespieden.

Toch weten we en kunnen we weten, wat ieder onzer daar wacht.

Eén van beiden : eeuwig licht of eeuwigdurende duisternis, eeuwig leven of de eeuwige dood.

Zijn Israël zal de Heere zijn als de dauw.

Zijn Israël zal bloeien als de lelie.

Daarbij is het voor ieder onzer de vraag, of we tot dat geestelijk Israël behooren. Dat volk kenmerkt zich daardoor, dat ze de besnijdenis des harten hebben ontvangen. Daardoor zal bewezen worden, of ge leeft uit Christus, of dat ge slechts leeft uit Adam. Van nature zijn we allen van dezelfde afkomst, maar uit genade neemt God zondaren om Christus' wil tot Zijne kinderen aan. Het doel van alle Evangelieprediking is om zondaren op Christus te wijzen als op den eenigen en volkomen Zaligmaker van zondaren, opdat ellendigen, dooden doemschuldige zondaren zich tot Hem zouden wenden, die Zich ontfermt op het gebed.

Sluiten