Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij allen zijn van gisteren en weten niet, wat we morgen zijn zullen.

Heden kan het schijnen, dat geen kwaad u dreigt. Morgen kunt ge gedagvaard worden voor den rechterstoel van Christus.

„Wat zoekt gij ?" Zoo begon ik dezen avond. En met diezelfde vraag zal ik eindigen. Wat zoekt gij ? Zoekt ge alleen wat der wereld is ? Dan zal uw hoop en verwachting voor de toekomst vergaan, gelijk de gansche wereld vergaan zal.

Zoekt ge zelf de zaligheid te verdienen ? Maar God de Heere getuigt zelf, dat onze gerechtigheden als een wegwerpelijk kleed zijn voor Zijn aangezicht.

leder mensch zoekt, wat tegelijkertijd zijn gemis verraadt.

Zoo weinigen zijn ware zoekers, en alleen dezen is de belofte gedaan, dat zij vinders zullen worden.

Nooit zal het daartoe komen met den mensch, tenzij hij door Gods Geest ontdekt worde aan hetgeen we allen door de zonde hebben verloren.

Eerst dan zien we onze armoede voor God. Maar ook dan wordt Gods belofte zoo dierbaar: Ik zal Israël zijn als de dauw. Dan verlangt ge tot dat Israël te behooren. Dan vraagt ge met ernst en behoefte, of er een weg en een middel is, om daartoe te komen. En geloofd zij de Heere, er is een weg in Hem ontsloten, Jezus Christus onzen Heere, die zelf verklaard heeft: Ik ben de Weg. In Adam verloren, in en door Christus behouden. Dat is het antwoord van Gods kind op de vraag: hoe is dat mogelijk? Mag er dan iets in u openbaar worden van dat bloeien als de lelie, dan kunt ge uit de vrucht besluiten, dat ge tot dat geestelijk Israël behoort, dat de besnijdenis des harten tot kenmerk draagt.

Welk een genadige onderscheiding viel u daardoor te beurt, gunstgenooten des Heeren! Te midden van een geslacht, dat God miskent, Zijn Woord verwerpt, Zijnen Christus verloochent, te mogen bloeien als een lelie onder de doornen.

Zij uwe en onze bede: Kom, o kom, Zon der Gerechtigheid! verwarm en koester met Uw heerlijk licht onze koude harten,

Sluiten