Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

Psalm 111 : 1, 2, 5.

Looft, Hallelujah ! looft den Heer!

Mijn gansche hart verheft Zijn eer; Ik zal Zijn Naam en grootheid prijzen,

'k Zal met d'oprechten onderling Vereend, in hun vergadering En raad, Hem plechtig eer bewijzen.

Des Heeren werken zijn zeer groot;

Wie ooit daarin zijn lust genoot, Doorzoekt die ijvrig en bestendig.

Zijn doen is enkel majesteit, Aanbiddelijke heerlijkheid,

En Zijn gerechtigheid onendig.

't Is trouw, al wat Hij ooit beval;

Het staat op recht en waarheid pal, Als op onwrikbre steunpilaren.

Hij is het, Die verlossing zond Aan al Zijn volk, Hij zal 't verbond Met hen in eeuwigheid bewaren.

Geliefden in onzen Heere Jezus Christus!

Eenige jaren geleden bij gelegenheid van een huisselijk feest, dat Oods goedheid mij deed vieren, ontving ik van eene reeds in den Heere ontslapene vriendin, eene zuster uit deze gemeente, die toen treurende was door het gemis van een kind, dat God tot Zich genomen had en in zorg verkeerde wegens ziekte van haren man, een vriendelijk schrijven, dat aldus begon: „Te midden van zooveel treurigheid, die ons omringt, mogen wij toch ook niet vergeten de weldaden en zegeningen, welke God ons in Zijne goedertierenheid schenkt", — en dan volgden hare hartelijke gelukwenschen voor mij en mijn huis.

Aan dat schrijven dacht ik, toen ik mij ging voorbereiden, om, met het oog op de herdenking van mijne komst uit Groningen

Sluiten