Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

Geliefden, de groote levensvraag voor ons zondige menschen is deze: Hoe ben ik rechtvaardig voor God, hoe zal ik in Zijn gericht bestaan ? Daarop moeten wij een zeker, onbedrieglijk antwoord hebben, opdat wij welgetroost zalig laven en sterven. Dat antwoord ontvangen wij alléén door de Heilige Schrift, het Profetisch en Apostolisch getuigenis, het getrouwe en alle aannemingwaardig Woord, waarop wij ons kunnen Verlaten. Aan dit Woord heeft de Gemeente zich nauw te houden, te nauwer, naarmate in deze dagen van ongeloof en bijgeloof en allerlei eigenwillig geloof Gods Woord veracht, miskend en verdraaid wordt. Ernstig heeft zij te waken tegen den boozen geest dezer eeuw, die de zinnen der ongeloovigen verblindt; opdat ook zij, die gelooven, niet mede afgetrokken worden door allerlei leeringen, die geboden van menschen zijn. Helaas! Nederland is verre afgeweken van het standpunt, waarop het weleer stond, toen onze Gereformeerde Belijdenis over het geheel meer op de rechte waarde geschat werd, — toen in de maatschappij nog werd gerekend met Gods gebod, en Zijn Woord en Zijne Wet in Kerk, school en huis in eere waren. Tot het Woord, het geschrevene Woord Gods moet het volk terugkeeren, of ons land gaat ten onder. Het Woord Gods, het zwaard des Geestes, is het éénige machtige wapen tegen het woeden van den antichrist, tegen de leugen en alle ongerechtigheid. Dat Woord getuigt van het Geloof, dat de wereld overwint, van den Christus Gods, de Rots, tegen welke de vijanden van Gods werk en waarheid zich moeten te pletter stooten, Die is de vaste éénige grond van behoud van land en volk, de onbedrieglijke grond onzer zaligheid. Deze grond, een steen des aanstoots en een rots der ergernis voor de wereld (Rom. 9 : 33), verdoemt alle loochenaars van

Sluiten