Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geest. Op Hem staat het huis des Heeren, Zijne Kerk, Zijne gemeente vast. En deze grond is niet voor onze oogen verborgen, maar hij is geopenbaard onder ons, onder allen, die de Heilige Schrift hebben ontvangen en instemmen met de Christelijke belijdenis; geopenbaard in Sion, in de gemeente des Heeren, waar Hij met Zijn Geest en Woord woont en aan wie Hij Zijne wetten en inzettingen bekend maakt. Aan deze allen wordt toegeroepen: „Ziet, Ik leg in Sion een grondsteen. Zoekt Mij en leeft! Ik ben de Heere, en er is geen Heiland behalve Mij."

Intusschen, het Woord Gods te hebben ontvangen, het te hooren, ja het terstond met vreugde te ontvangen, dat is nog niet het Woord bewaren in een eerlijk en goed hart (Luc. 8, de Gelijkenis van den Zaaier). Niet alleen hoorders maar ook daders des Woords moeten wij zijn. Menigeen, die de Christelijke Waarheid op de lippen heeft, verloochent den Christus metterdaad, in handel en wandel. Het komt aan op het doen van den wil Gods (Matth. 7 : 21). Menigeen leest des Heeren Woord en betracht het als eene wet, welke hij door zijn God-dienen zoo goed mogelijk zal vervullen, in plaats van zich te laten dienen door en zich te verheugen in de groote, eeuwige liefde Gods, Die ons arme zondaren het huis onzer zaligheid gebouwd heeft. Och, hier steke ieder onzer de hand in den boezem en onderzoeke of hij zich laat bouwen op den grond Christus en van niets anders zijne zaligheid verwacht. Ach, wij bouwen ten dezen zoo gaarne zelf en zien den éénigen heilsgrond voorbij en — wij hebben toch geen vrede. Daarom spreekt de Heere: Zie, Ik leg den grondsteen, en wil Hij alzoo ons de oogen openen voor de ijdelheid van de vele vonden, die wij gezocht hebben en zoeken; ons ontdekken, hoe broos en zwak de gronden zijn, waarop wij onze zaligheid bouwen. En wederom, daarmede wil

Sluiten