Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen echter komt alles in en rondom ons op. De gansche macht der duisternis zoekt van dit geloof af te houden. Vragen wij nog niet naar de gerechtigheid en waarheid Gods, bekommeren wij ons niet over onze zaligheid bij God, — ja, dan laten wereld en Satan ons met rust. Zoolang wij naar het goeddunken van ons hart, volgens het „doe dat" des vleesches en der wereldvroomheid leven, hebben wij voor het uiterlijke vrede en worden ook innerlijk niet over het zalig-worden aangevochten. Doch zoodra door de almachtige genade des Heiligen Geestes onze oogen geopend worden, om het doen en drijven van eene goddelooze en eigengerechtige wereld in al de naaktheid en ijdelheid en gruwelijke God-onteering te aanschouwen; zoodra wij oogen ontvangen om te zien, dat alléén de door God gelegde grond des heils in Christus Jezus Hem uitverkoren en dierbaar is, — deze grond- en hoeksteen alléén het gebouw onzer zaligheid draagt en in stand houdt, o, dan kunnen wij niet langer in onze valsche rust terneêrzitten, en óók niet meêdoen met het loopen en draven van hen, die wet en Evangelie, geloof en werk dooréénmengen. Dan hebben wij geen vrede met het zichzelf-lievend werkdadig Christendom; maar als vermoeiden en belasten zoeken wij naar de waarachtige rust onzer zielen. Maar dan ook komen al de vijanden van het Koninkrijk Gods en Zijne gerechtigheid op ons af, en betwisten en bestrijden ons de onbedrieglijkheid van den éénigen door God gelegden heilsgrond. Zij fluisteren ons 'n: Ja> gelooven moet gij wel, maar óók werken, samen met de genade werkzaam zijn, gij moet wegnemen wat des Heeren arbeid aan u belemmert, Zijne genade tegemoet komen, uw hart voor hare werking openstellen. En de duivel doet zich voor als een engel des lichts, en de wereld heeft haar christelijk kleed aangetrokken om de zielen te verleiden en te verderven. En ach, ohs

Sluiten