Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En eveneens, dat de wijsbegeerte van groote beteekenis voor het kultuurleven geweest is. Men zou een heele lijst kunnen maken van heröen der natuurwetenschappen zoowel als van die der geesteswetenschappen, die dankbaar erkennen van de groote filosofen een diepgaanden invloed ondervonden en ook voor hun speciale onderzoekingen machtige impulsen van hen gekregen hebben.

Alleen wie van de filosofie meer verwacht, dan zij geven kan, en bij monde van hare bezonnenste vertegenwoordigers ook belooft te geven; wie van haar een oplossing van het wereldraadsel hoopt, zal teleurgesteld worden. En hier komen wij tot het laatste, wat wij op de zooeven uitgesproken tegenwerpingen nog antwoorden willen. Daaraan ligt een opvatting van de taak der filosofie ten grondslag, die wij beslist verwerpen. Het is niet, volgens ons, haar taak om zich — wat ook Paulsen als zoodanig aangeeft — „eine einheitliche, allumfassende Welterkenntniss" te verwerven. Dat is nog geheel de ouderwetsche opvatting, die naar onze overtuiging in principe door Kant's Kritiken voorgoed is te niet gedaan, en welke steeds verder te overwinnen nog langen tijd de arbeid van het kritisch Idealisme zijn zal. Volgens deze leer is de taak der filosofie veel bescheidener: zij is zelfkennis, zelfkritiek van het theoretisch, ethisch en aesthetisch oordeelen. — Nu is er zeker een zelfkennis, die boven onze menschelijke krachten gaat. Maar er is ook een zelfkennis, die

Sluiten