Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft, zou het beleven van dezen dag een groote vreugde geweest zijn.

Mijne Heeren Studenten dezer Hoogeschool.

Mochten er onder U zijn — en deze mogelijkheid te veronderstellen is, gelukkig, in onzen tijd niet ongerijmd — die van de Wijsbegeerte een hoofdstudie maken, dan wil ik hun zeggen, dat ik alles doen zal, wat ik kan, om hun bij hun arbeid van dienst te zijn. Mijn taak is hier zwaar. De vakken, die ik voor mijn rekening heb, zijn aan buitenlandsche universiteiten over meerdere gewone en buitengewone hoogleeraren, gesteund door privaatdocenten, verdeeld. Het zal mij, vooral in den beginne, niet licht vallen aan de gestelde eischen te voldoen. Ik hoop samen met U te leeren en te arbeiden.

Een groot genot zal het mij zijn met de studenten in de letteren de Grieksche filosofie te mogen behandelen. Moge ik iets van mijn liefde voor de groote denkers, en in het bijzonder voor Plato, in U kunnen overbrengen.

En eindelijk een woord tot U, studenten in de theologie. Ik behoor niet tot diegenen, die meenen, dat de Kerk een verouderde instelling is of althans voor de ontwikkelden en dieper denkenden weinig meer zijn kan. Integendeel, ik voel het godsdienstig gemeenschapsleven als iets heerlijks en als iets absoluut noodwendigs. U wacht een groote taak. En in

Sluiten