Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE LEERREDE

OVER

C.OLOSSENSEN 3:1-5.*

Wij vierden, Geliefden, verleden week een heerlijk feest; rijken troost ontvingen wij uit het Huis onzes Vaders; wij werden rijkelijk verzadigd uit de volheid van Christus. En nu zijn wij wederom hier met eene hongerige maag. Dit is echter onzen Gastheer, onzen dierbaren Broeder Jozef, recht aangenaam, dat wij met eene hongerige maag komen. „Zij zullen niet hongeren", — heeft Hij gezegd; daarom wil "Hij den honger en kommer onzer zielen altoos weer stillen, en Hij wordt in dit Zijn doen moede noch mat. Intusschen wat de spijs aangaat, die Hij geeft, — zij is van wonderbare werking. Zoolang men er nog niet aan gewend is, zou men wel eens meenen, dat men er door vergiftigd ware. Want onze goede Gastheer is tevens een onbeschrijfelijk verstandige en getrouwe Medicijnmeester. De spijze, die Hij toedient, heeft voortdurend iets doodends; eerst wat verlam-

) Gehouden te Elberfeld op 15 Apri! 1849, 's voormiddags Gezongen: Lied 33:3-5; Lied 30:9 en Ps. 89:8-

Sluiten