Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerst ten onder gebracht, deze leden eerst gedood hebben, voor en aleer gij tot den Heere moogt gaan en zeggen: „Gij zijt mijn Heere en mijn God". Alsdan heet het: „gij moet dat niet aanraken, gij moet dat niet smaken, gij moet dat niet aanroeren", — en op dien weg zijn er leeraren genoeg, die naar hunnen eigenen wil en vrije keuze wandelen in nederigheid en in geestelijkheid der engelen, — waarvan zij evenwel niets gezien hebben, — en zijn, zonder grond, opgeblazen in hunne vleeschelijke gezindheid. (Hoofdst. 2 : 18.) — Maar al zulke medicijn baat niet en helpt ons niet af van de kwaal. Waarheen moet dan een mensch te midden Zijner ondeugden?

Er leefde eens een monnik, die van deze booze bewegingen en ondeugden zoo was bezeten, dat hij nacht noch dag er rust van had; allerlei schijn van wijsheid had hij meegedragen, allerlei larven had hij zich verschaft; in eigenwillige, zelfverkozen' geestelijkheid en nederigheid stond hij bij niemand achter; zijn lichaam spaarde hij niet, zoodat hij zichzelven geeselde, tot op het bloed weêrstand biedende aan de zonde, in ijskoud water baadde, om van de booze begeerte bevrijd te worden, maar niets mocht hem baten. Ten leste wierp hij zich plat op den grond, barstte uit in tranen en riep uit: Heere Jesus, ik kan niet meer, doe Gij het! . . . toen schepte hij adem.

En van eenen anderen monnik, — ook hem ging het om heiligheid, — heet het, dat hij ook van deze ondeugden zoo bezeten was, dat in zekeren nacht de dood hem reeds het hart had aangegrepen om het saam te drukken, . . . toen kwam een oud man tot hem en zeide: „Houd u aan het Artikel: ik geloof de vergeving der zonden, en zeg: Gij, Heere Christus, zijt mijne gerechtigheid, en ik ben Uwe zonde; Gij werdt, wat ik was, opdat ik zoude worden, wat Gij zijt!" Toen ging hem de hemel open, — hij verlustigde zich in de gerechtigheid, die voor God geldt.

Nu verstaat gij wat het zeggen wil: Zoekt de dingen, die Boven zijn. Gij zijt met Christus opgestaan; nu moet gij niet bij uwe ondeugden blijven zitten, al zou-

Sluiten