Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den zij nog zoo woeden en tieren en stinken, maar gij moet opvliegen als de vlinder, opvliegen als de arend. Gij moet ten hemel varen; hier kunnen wij niet meer blijven, nadat wij met Christus opgewekt zijn. Zoekt de dingen, die Boven zijn! vaart óp hoog in de luchten, zoekt de vrijheid, waarmede Christus u vrijgemaakt heeft. Of ook alle duivelen grimmen en hun „neen, neen" doen hooren, en zij u hier zouden willen houden midden in de ondeugden, — dat alles moet u den weg niet versperren, dat alles behoeft u niet te hinderen, — gij moet, gij moogt u daarheen begeven, waar Christus is. En wat is daar, waar Christus is? Immers daar is Christus Zelf! Hij, Die van den Vader gezalfd is tot onzen Leeraar, tot onzen Hoogepriester, tot onzen Koning! Waar Hij is, daar is hulp en uitkomst van Hem, daar is troost, vergeving van zonden, gerechtigheid, heiligmaking, genade voor genade, volkomene verzoening, eeuwig geldende genoegdoening, ook vrede en blijdschap in den Heiligen Geest; daar is een stroom van levend water, als in Eden's hof, waaruit men gedrenkt wordt; daar de boom des levens, voortbrengende zijne twaalf vruchten; Gods eedzwering wordt er vernomen: „Het verbond Mijns vredes zal niet wankelen in eeuwigheid", — en des Vaders troostwoord: „Gij zult zonder geld verlost wezen"! Daar ontvangt men des Heeren Jesus vredekus: „gij zijt Mijn broeder; 't is goed, dat gij hier zijt: Ik heb voor u eene loofhut gebouwd, hier zult gij eeuwig met Mij wonen".

Hier zou men wel willen uitroepen: „O mijn Heere en mijn God!" want men ervaart het al ras: alles, alles doet het bloed des Lams! het maakt mij tot een'koning en priester in één oogwenk, dat ik eeuwig met Hem regeer. — Maar daar rijst weer de bedenking in het hart: wat moet het dan met mijne ondeugden? Let daarop, dat Paulus zegt, dat Christus is gezeten aan de Rechterhand Gods. Hij is gezéten, — zoo hebt gij dan daarboven rust van alle uwe zonden. Zit daarom stil, Mijne dochter, en word gij niet slaags met uwe ondeugden! Hij handhaaft u uwe rust, uwen vrede; Hij zal wel raad schaffen; want dezen

Sluiten