Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beantwoorden? Hoe zou God tot ons kunnen zeggen: „Zoo moet ge zijn en zoo moet ge doen, om dat heiligdom in te kunnen gaan, en degene, die zich nu het meeste en het beste inspant, die ontvangt de hoogste plaats in dat heiligdom ?" — O hoe zou God zoodanige voorwaarden kunnen maken'? Hij, Die weet dat wij vleesch zijn, in zonden ontvangen en geboren. Hij, Die weet, dat wij geheel bedorven en verloren zijn en onbekwaam tot eenig goed.

Daarom hebben wij in te gaan als zondaars, als geheel in ons oog gruwelijke menschen, als geheel schuldigen en verlorenen, als menschen die geen verdiensten in zich hebben, die niet vroom maar goddeloos in eigen oogen zijn, die uitroepen: „Sloegt Gij naar 't recht mijn zonde gade, Waar bergd' ik mij, Waar vlucht' ik heen?" en wederom: „Op Uw genade zal ik leven, Op Uw gena den doodsnik geven". — Het geheele heiligdom onder Israël was er dan ook op ingericht om te wasschen en te reinigen. De geheele inrichting van den tabernakel was er toe bestemd om te reinigen. In den tabernakel was altijd bloed en water. Van den morgen tot den avond waren daar vele en velerlei offeranden voor de zonden. Het meest werd er geslacht op den dag der rust. Dat was de prediking der verzoening op den dag des Heeren, even als bij ons. Dan werd alles gereinigd wat onrein was. Dat nu was Gods wet. En als een mensch zich had verontreinigd, dan moest hij een lam brengen. Voor den Heere moest hij komen en zich reinigen in het bloed des lams. En als het Lam was geslacht en het bloed was vergoten dan was het altijd: „Zoo zal hem zijn zonde vergeven zijn".

Zoo nu was het in Gods wet. Wie dus zonde heeft, kome in Gods heiligdom. Hij brenge een offer mede dat God bevolen heeft. Hij late zich wasschen en hij zal rein zijn van zijne onreinheid. Zóó nu is Gods wet

Sluiten