Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Plutarchus heeft trekken, waaruit men tot het maankarakter van den God besloot. Hij regeerde 28 jaar over Aegypte — het getal der maan. Zijn vijand vond hem bij volle maan, en hakte hem in 14 stukken. Het stuk hakken van Osiris begint dus met het afnemen der maan, terwijl het getal stukken aanwijst, hoelang dat afnemen duurt. Op het feest der begrafenis van Osiris maakte men een kist in den vorm van een maansikkel, en zelfs wordt hij rechtstreeks „de god maan" genoemd, en als zoodanig „de gehoornde".

Zoo zou men meer gestalten kunnen noemen, waarin Osiris zich openbaart; voor mijn doel is het bovenstaande genoeg: de meest karakteristieke heb ik opgesomd.

Nu is het de vraag: wat is dat voor een god, die in zoo verschillende en ver uiteenliggende gestalten optreedt? En dan meen ik, dat men doorgaans het antwoord zoekt op verkeerde wijze, n.1. door van één dezer vormen als den „oorspronkelijken" uit te gaan, om dan van daar uit verwantschap of ten minste aanknoopingspunten te zoeken voor de zgn. „latere" openbaringsvormen. Natuurlijk gelukt dat meestal: Nijl en koren staan tot elkaar in verhouding, nachthemel en maan ook. Zelfs maan en koren. Ik acht deze wijze van doen onjuist.

Zooals ik reeds in den aanvang opmerkte, is dat zoeken naar de „oorspronkelijke" beteekenis van een religieus verschijnsel voor een kuituurvolk, als de Aegyptenaren in den historischen tijd zijn geweest, een bedenkelijk ondernemen. Het komt ten slotte daarop neer, dat men den maatstaf voor meer of minder „oorspronkelijk" van

Sluiten