Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leven in Aegypte doet doorbreken. Daarom is hij het oerwater, dat de wereld omgeeft, waaruit alle leven ontstond, en waaruit nog jaarlijks alle leven ontspringt. Daarom is hij de voedende aarde, die daar dood neerligt in den wintertijd, en dan plotseling ontwaakt, of liever wordt opgewekt. Daarom is hij het uitspruitend koren, dat in de aarde wordt gezaaid, als 't ware begraven, en straks opstaat uit den dood. Daarom is hij de donkere nachthemel, maar de nachthemel tegen den morgenstond, als de dag het winnen gaat, de nachthemel, die den dag uit zich voortbrengt. Daarom is hij de maan, want welk hemellichaam vertoont duidelijker dan de maan het eindeloos proces van leven en sterven ? Overal waar dat proces tot uiting komt, treedt Osiris op. Hij is de god van den dood, en derhalve de god van het leven bij uitnemendheid, want de dood is het „levensland". Alles wat leeft, sterft, alles wat sterft, herleeft. Niets blijft in den dood.

Het spreekt vanzelf, dat de Aegyptenaar ook zijn eigen leven in dat proces begreep. De mensch is ook een natuurwezen, en als nergens in de natuur de dood absolute macht heeft, dan ook niet hier. Ook de mensch staat op uit den dood. Maar daar is verschil. De doode natuur blijft haar vorm behouden: de doode winteraarde blijft aarde, de doode Nijl blijft Nijl, alleen de doode mensch vervalt, ontbindt, en de oude vormen gaan verloren. Zoo is dus in de heele natuur niets, dat volstrekt dood schijnt en dus volstrekt dood is, dan de doode mensch. Deze schijnt aan de wet van het natuurleven onttrokken te zijn. Aan de oplossing van dat probleem heeft het

Sluiten