Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op, dat dezelfde voorstelling op verschillende plaatsen gangbaar was. De uitdrukking „ik ben door de huid heengegaan", zouden wij kunnen vertalen: ik ben de eeuwig levende.

Het is bekend, hoe de dierenhuid ook in andere religies in verband wordt gebracht met leven en dood, en een min of meer gelijke rol speelt. Ik noem hier alleen maar de Indische diksha ')i de Grieksche mysteriën 2), en de Arabische Chidr-legenden *).

Dat geboren worden uit een huid, wijst weer op dezelfde gedachte, die wij al meer hebben ontmoet: de mensch als microcosmos is en doet in het klein, wat de macrocosmos in het groot is en doet: als de zonnegod Chepra uit Osiris als de nachthemel geboren wordt, dan is die nachthemel de uterus universalis. De doode zegt: ik doorloop het firmament, dat gemaakt is tot een huid. En op een stéle in het Britsch museum is sprake van den glans van de hemelhuid, waarmee het firmament wordt aangeduid. Le Page Renouf heeft daarbij zelfs willen denken aan Psalm 104 : 2, waar zoowel de Grieksche als de Latijnsche vertaling hebben: hij strekt den hemel uit als een huid4). Ik betwijfel, of die plaats hier behoort te worden aangehaald.

Tot nu toe sprak ik alleen over die voorstellingen, die

1) Zie Année sociol. II. 49: de huid, die de priester bjj de diksha aandoet, is une des membranes de 1'embryon dieu qu'est le didiksam&na, celui qui s'initie.

2) Arch. f. Rel. Wiss. 12. 177 ff. — Harrison, Proleg. 24 ff. Eisler, Weitenmantel und Himmelzelt passim.

3) Arch. f. Rel. Wiss. 13. 231 ff. 12. 234 ff.

4) Gr. SÉq' o iv; Lat. pellem.

Sluiten