Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was bereikbaar voor den osiriaanschen doode. Alle leven in den kosmos komt voort uit de geheimzinnige diepte van den dood, en keert daarheen terug. Daar wonen de nog ongeboren zielen, van daaruit treden alle levensopenbaringen aan het licht.

Het heelal is dus één groot Doodenrijk, d. i. levensland, waarin aldoor het leven uit den dood geboren wordt, waar op aarde in de vegetatie en aan den hemel in zon, maan en sterren, de onophoudelijke strijd te zien is tusschen leven en dood. Al wat leeft, moet sterven, en al wat gestorven is, gaat leven. Immers het komt in de geheimzinnige diepte van den kosmischen dood, waar de tegenstelling dezer phaenomenale wereld is verzoend, waar blijkt dat Osiris en Seth niet elkanders doodvijanden zijn, maar dezelfde zaak, van verschillenden kant gezien.

Daar, aan die andere zijde, wonen de goden, die daarom alleen goden zijn, omdat ze door den dood zijn heengegaan, want alleen wat door den dood gegaan is, maar dan ook al, wat door den dood heenging, is god. Alle dooden zijn goden, en hebben eeuwig leven.

De heele kultus rust op die gedachte. Kultus is altijd een microcosmische handeling: alle kosmische krachten worden in de kultushandeling en op de kultusplaats geconcentreerd, en alleen goden functioneeren.

Dè god op aarde is de koning. Hij is de eenige, die offeren kan,') het eenige subject van den kultus; eigenlijk ook het object. Daarom schrijft men zijn naam in de

1) Niet alleen in Aegypte. Verg. Fustel de Coulange, la cité antique i', p. 202 ss; VA.B. I passim; M. V. A. G. 16.3. Golden bough 4, passim.

Sluiten