Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uwen kring te zullen behooren. De terreinen onzer studie liggen goeddeels ver uiteen, toch is het één universitas, die wij dienen. Geeft mij een bescheiden plaats in uw kring, en weest overtuigd, dat niet alleen de bloei der Theologische faculteit, maar der geheele Universiteit mij ter harte gaat.

Hooggeleerde Houtsma! Dat ik voortaan met u aan één Universiteit zal arbeiden, acht ik een voorrecht. Temeer daar Uw en mijn werkkring zoo dichtbij elkaar liggen. Ik stel mij voor, ook als Uw ambtgenoot, nog veel te zullen genieten van Uw kennis en vriendschap.

'Mijne Heeren Hoogleeraren der Theologische Faculteit en Hoogleeraren vanwege de Hervormde Kerk! Wat is er veel veranderd, sedert ik als student deze Universiteit verliet! Yan mijne toenmalige leermeesters zijtgij, hooggeleerde Cannegieter, alleen nog maar over; Kleyn, Lamers, Cramer — na hem zelfs weer Baljon, Yan Leeuwen, — Yaleton — ja óók Yaleton! — ze zijn heengegaan, en gij kwaamt in hun plaats. Niet door u allen is mijne komst begeerd, maar de vriendelijke wijze, waarop gij allen mij, na mijne benoeming, tegemoet kwaamt, geeft mij goede hoop, dat onze verhouding van de beste soort zal zijn, ook bi] een diepgaand verschil in sommige theologische opvattingen.

Mijne Heeren studenten en dan wel voornamelijk studenten in de theologie! Laat mijn laatste woord aan u zijn. 'tls om uwentwille, dat ik hier sta. 't Is aan U, dat ik mijn beste krachten hoop te geven. Gaarne wil ik nog wat meer voor U zijn dan leermeester. Gaarne wil ik U ontmoeten ook buiten de collegezaal. Een der

Sluiten