Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sichem 36)) vinden wij niet alleen tal van Hethieten ot Mitanni's, maar ook tal van Indogermanen. Wie de Amarna-teksten bestudeert, begrijpt, dat de Israëlieten, toen zij Kanaan binnendrongen, zich aangaande ras, taal, kuituur en godsdienst niet verwant konden gevoelen met hen, die het land regeerden. De haat en de verachting van den echten Israëliet uit de woestijn voor den Kanaaniet sproot niet alleen voort uit het verschil van godsdienst en beschaving-: ook het onderscheid van ras was hier een belangrijke factor.

Maar er is meer. Toen Israël Kanaan binnentrok, stond dit land reeds sedert langen tijd weder onder de heerschappij van Egypte. Het land Kanaan, door Jozua met de twaalf stammen veroverd, was Egyptische provincie, bestuurd door Egyptische ambtenaren en stadhouders. Als Israël volgens den Bijbel uit Egypte naar Kanaan trekt, dan blijft het eigenlijk toch op Egyptisch grondgebied.

Dit is een zeer merkwaardig feit, en uit de opgaven van het Oude Testament zouden wij het niet hebben vermoed. Maar de Egyptische bronnen, en vooral de Amarna-teksten, stellen het buiten twijfel. Van de i6de tot de 12de eeuw v. Chr. — en den uittocht der kinderen Israëls later dan de I2de eeuw te dateeren "1 schijnt ons onmogelijk met het oog op de chronologie behoorde Kanaan staatkundig bij Egypte. Hoe is dat gekomen en hoe hebben wij het zwijgen van het Oude Testament te verklaren?

De toestand begon wellicht met de omgekeerde verhouding. In de laatste helft van het tweede millennium,

Sluiten