Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handelen dan de Opzieners der gemeente ? Wanneer een lid aan kermisvermaak heeft deelgenomen, aan dronkenschap zich heeft schuldig gemaakt, of frauduleuze handelingen heeft gepleegd, wordt hij terecht beschouwd als voorwerp van de kerkelijke tucht: er heeft opschorting van de uitoefeningzijner lidmaatschapsrechten plaats. Handelt men nu in gelijken zin evenzoo met wie in de tegenwoordigheid Gods en Zijner gemeente zich de belofte van trouwe Avondmaalsviering afnemen liet — en een belofte op kerkelijk terrein staat immers met een eed voor de burgerlijke Overheid gelijk? — maar die voortdurend nalatig blijft zijn gegevene belofte na te komen ? Wordt zulk een in kerkelijke behandeling genomen ? en zoo niet, moet dit dan niet in de gemeente den indruk vestigen, dat wel een misstap in den wande! een lidmaat censurabel maakt, maar dat eedsverkrachting, zonde tegen l.et derde gebod, een niet zoo ernstig vergrijp te achten is?

Men toornt tegen leugen in de Kerk, en terecht, want inderdaad ze is uit den duivel! Maar ik wil toch de vraag hier zien gesteld, wanneer ds. Mulder zijn strafpredicatie richt tot de uitgetredenen te Veenendaal, of zijn toorn dan geen verkeerde plaats zoekt; of die niet losbranden moest naar een geheel andere zij. —

Nog een enkele opmerkingen eer ik afstap van dit punt. ZEerw. is beducht, dat wij de menschen, een „dusgenaamde" belijdenis hun afnemende, op een valschen grond van vleeschelijke gerustheid neerzetten, en alzoo de leugen invoeren in de Kerk.

Ik ga voorbij dat ds. M. een belijdenis-doen van de Waarheid, die naar de Godzaligheid is, als een „dusgenaamde" belijdenis durft te brandmerken, blijkbaar niet gevoelende, onder welk een ontzaglijke verant-

Sluiten