Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik te voren had opgebouwd. Toen ook verklaren tegenover mijn kerkeraad, dat ik, om mijner conscientie wil, nooit meer gebruik maken zou van belijdenisvragen aan wier vaststelling en invoering ik zelf te voren had meegewerkt. Verre echter ervan daan, dat ik als een held uit het strijdperk kom! Neen, ik heb mij voor God en menschen te schamen van wege mijn zwak getuigenis, mijn veelvuldige ontrouw, mijn opzien tegen menschen wier adem in hunne neusgaten is. Aan mijn kant niet anders dan beschaamdheid des aangezichts.

Maar — en dat moet mij óók uit de pen -— onder dat alles heb ik ook mogen ervaren, hoe terecht de levende Godskerk zingt: Hij weet, wat van zijn maaksel zij te wachten, hoe zwak van moed, hoe klein wij zijn van krachten, en dat wij stof van jongsaf zijn geweest.

Want toen de last der kerkelijke verwikkeling mij merkbaar te zwaar werd, zwaarder dan dat ik dien dragen kon, en mijn toch al niet sterk gestel eronder dreigde geknakt te worden, toen nam hij in zijn wondere goedertierenheid den last van mij af, en heeft buiten mij om en langs mij heen, door de leiding van Zijn Voorzienigheid, de zaak tot beslissing gebracht.

Zijn Naam alleen daarvoor de eer en de dank! * *

*

Doch te lang reeds stond ik stil bij het eerste punt, en noodig is het mijzelven te beperken zoowel om den weinigen tijd die ter mijner beschikking staat als ook om de kosten van dit geschriftje niet te hoog te doen worden voor den minder bedeelden man.

De tweede slag dan, waardoor ds. Mulder de kerkelijke actie te Veenendaal in discrediet zoekt te brengen, is van dezen aard.

Sluiten