Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet ten onrechte heeft de overledene Fransen — ten Onbestudeerd predikant, maar wie veel onderscheidend licht van den Hemel geschonken werd, óók om de kankerplekken van het hedendaagsch „gereformeerd" Christendom bloot te leggen — niet ten onrechte heeft hij in zijn geestelijke geschriften zoo dikwerf van „het stoomgeloof onzer dagen" gesproken, dat door de „kinderen des Verbonds" uit eigen ingewand verwekt en door eigen krachten voortgestuwd, in velerlei bedrijvigheid doet „ijveren voor de eere Gods op alle terrein des levens" en dat bij het gezicht van zooveel eigene welmeenendheid, volgens gegeven onderrichting, hen op de knieën doet vallen om God den Heere te danken voor de kennelijke blijken waaruit ze opmaken mogen, dat de onderstelling van wedergeboorte te bunnen opzichte waar is geweest.

Te scherp ben ik misschien in de oogen van sommigen, misschien wel van velen mijner lezers, 't Kan zijn; maar ik vraag: is er geen aanleiding toe, bij het gezicht van zooveel misleiding — zij het ook onopzettelijke misleiding — van voor de eeuwigheid geschapene zielen? Is het niet ontzettend, dat zoovelen die meenen in te zullen gaan, straks als zij aan de deur zullen kloppen en beginnen te zeggen: Heere, Heere, doe ons open ! wij hebben in uwe tegenwoordigheid gegeten en gedronken, en Gij hebt in onze straten geleerd — het antwoord zullen vernemen: Ik zegge u ik ken u niet, vanwaar gij zijt; wijkt van mij af, alle gij werkers der ongerechtigheid!

Ik vertrouw, dat men mij niet voorwerpen zal, dat ik de leer der onderstelde wedergeboorte niet ken, of in de bovengegeven voorstelling van die theorie den

Sluiten