Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r

TlELE heeft dit blijkbaar zelf gevoeld. Hij geeft althans in het vervolg van zijn betoog eene nadere omschrijving van wat hij onder „vroomheid" verstaat in deze woorden: „Het wezen der vroomheid en dus het wezen van den godsdienst is Aanbidding", (blz. 173).

Ik ontzeg mij het genot, hier af te schrijven de schoone bladzijde, welke TlELE aan de toelichting van zijne zienswijze wijdt — wie kan, leze haar (op blz. 174) zelf.

Hetgeen ik meedeelde van de gevoelens van Rauwenhoff en TlELE, bewijst reeds eenigermate, hoe die wijsgeeren van den Godsdienst, die weigeren de Heilige Schrift als Gods Woord te aanvaarden, nimmer tot eene goede omschrijving van het wezen der subjectieve religie kunnen komen.

Immers ging voor rauwenhoff „het wezen van het godsdienstig geloof" op in het „geloof in eene zedelijke wereldorde" ; wat feitelijk hierop neerkomt, dat de religie voor de ethiek wordt uitgeruild.

En TlELE stelde eerst in plaats van de subjectieve religie „de vroomheid", terwijl hij daarna weer „het wezen van de vroomheid en dus het wezen van den godsdienst" zocht in „Aanbidding". Maar hoe schoon hij „de Aanbidding" ook omschreef, toch zal wie deze omschrijving aandachtig naleest, twee dingen opmerken.

Allereerst, dat hij geheel uit het oog verloor, dat na den val de mensch slechts door den eenigen Middelaar Jezus Christus tot God naderen kan, gelijk de Vader ook slechts in en door den Middelaar met den zondaar gemeenschap kan oefenen.

En vervolgens dat op verre de meeste afgoderijen der heidenen toch niet kan toegepast worden, wat TlELE onder „aanbidding" verstaat. Hoe weinige heidenenen bereiken deze hoogte, dat voor hen „aanbidding in zich sluit heilig vreezen, ootmoedig ontzag, dankbare waardeering voor ieder blijk van liefde, hopend vertrouwen, deemoedige geringschatting van zich zelf en schaamte in 't gevoel van eigen onwaardigheid en tekortkoming, zoowel als volkomen verzaken en vergeten van zich zelf en onvoorwaardelijke toewijding van gemoed en leven met inspanning van alle krachten".

Nog duidelijker zal het u echter worden, hoe zonder het licht der Heilige Schriftuur nimmer het wezen van den

Sluiten