Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er veel te weinig op uit zijn, in de eenzaamheid den verborgen omgang met God te zoeken.

Hoe deert mij hun gebroken leven 1 Hoe zielsgaarne zag ik ze komen tot de overtuiging, dat wij ons geheel en al in den dienst des Heeren hebben te stellen, en tot de meerdere vastheid, die de Gereformeerde levensbeschouwing schenkt I

Zoo geheel naar waarheid leerde PLATO reeds aan zijne jongeren: Met zijne wereldbeschouwing moet men de levensvaart durven wagen. Maar ik vraag u, of voor eene voorspoedige vaart niet onmisbaar noodig ïs, dat eene vaste hand het roer bestuurt, dat het schip niet herwaarts en derwaarts afdrijft, maar koers houdt naar de gewenschte haven?

Zie, almeer is men het er in de kringen van het hoogere denken over eens, dat het de taak der wijsbegeerte is, om ons eene levens- en wereldbeschouwing te bieden, die beide hoofd en hart vereenigt. Buiten de Schrift om zal echter altoos weer de geweldige inspanning van groote denkers met onvruchtbaarheid worden geslagen. Als tot heden zal eene volgende school afbreken wat de vorige zoo moeizaam heeft opgebouwd. Alleen het Christelijk denken is in staat gebleken ons zulk eene levens- en wereldbeschouwing te geven. En geldt dan niet van het Calvinisme, dat het alle andere Christelijke levensopvattingen overtreft in. strenge gebondenheid aan de Heilige Schrift, in het geniale der conceptie, in diepte van opvatting en in eenheid en afronding van het systeem?

Eischt alzoo de religie den geheelen mensch op, dan blijkt ook hieruit, hoe juist reeds door ZwiNGLI — gelijk ik vroeger opmerkte — het geloof als het wezen van de subjectieve religie (godsdienst des harten) aangegeven is.

Hiermede deed de Theologische Wetenschap eene aanmerkelijke schrede voorwaarts.

Ongetwijfeld onderscheidde ook de Scholastiek reeds tusschen den voorwerpelijken en den onderwerpelijken godsdienst.

Eveneens besefte zij reeds, dat de religie in subjectieven zin is een zekere habitus of aanleg in den mensch, die, in aanraking gekomen met de openbaring Gods, leidt tot het geloof in en de aanbidding van den Almachtige.

Maar de Scholastiek greep toch nog niet het rechte, omdat haar de reeds in de oude Christelijke kerk opgekomene

Sluiten